Vogel- en natuurreizen

Tweemaal per jaar voltrekt zich een waar vogeltrekspektakel langs de kustgebieden van de Zwarte Zee in Bulgarije. Deze relatief onbekende trekroute is de tweede grootste van Europa en staat bekend als de "Via Pontica". Er trekken meer dan 90.000 roofvogels, 30.000 pelikanen, 240.000 ooievaars en vele duizenden steltlopers en zangvogels langs de Zwarte Zee.

 

Vogel- en natuurreis

Op maat organiseren wij kleinschalige groepsreizen (2 t/m 8 personen) onder leiding van een lokale Engelstalige gids.

Deze reizen hebben een rustig tempo en hebben SV. Konstantin en Helena als uitvalsbasis. U gaat niet alleen genieten van de bijzondere natuurgebieden met zijn flora en fauna maar er is meer:

1 dag is gereserveerd voor een bezoek aan de stad Varna met o.a. Opera, Sea Garden en Nationaal Museum.

Elke dag willen wij beeindigen met een bezoek aan een ander type restaurant. Het is onze kennis die wij met u willen delen, waardoor wij de dagen afsluiten onder het genot van a La Carte eten tegen een betaalbare prijs. U kunt verwachten: een  familie restaurant, een Grieks restaurant, een Balkan restaurant met zigeunerorkest, een Italiaans restaurant, een Thai restaurant en een Visrestaurant.

 

 

 "Via Pontica"

Voorjaars vogelreis Bulgarije

28 april – 5 mei 2019

 

Najaarstrek vogelreis Bulgarije

1 september – 8 september 2018

 

 

Opmerkingen:

  • Het programma kan in overleg met de deelnemers aangepast worden.
  • De middagtemperatuur is naar verwachting tussen 23 en 27 graden.
  • Het zijn geen zware wandelingen en goed met wandelschoenen te doen.
  • De organisatie verzorgt een tweetal eenvoudige telescopen.

 

Groepsgrootte:               Minimaal 2 en maximaal 8 personen.

 

 

 

 

 

 

Verslag vogelexcursie “Via Pontica” september 2012

 

Door een amateur vogelwaarnemer en sinds een zestal jaren lid van Vogelwacht Limburg (IVN).

Veel plezier beleef ik aan deze hobby, maar ik ben geen  vogelkenner, ik weet meer niet dan wel (al groeit het aantal herkenbare vogels gestaag). Ik heb ook geen speciale dure telescoop of fotoapparatuur. Samen met mijn vrouw heb ik deze reis gemaakt.

Ons enthousiasme om de vogeltrek “Via Pontica” in Bulgarije te observeren werd aanvankelijk, door de ontvangst van onderstaande twee foto’s, behoorlijk getemperd. Wij wisten uit ervaring dat de grote vogeltrek eind augustus op gang komt en dan doorloopt tot half november. De grote vogels eerst en dan de kleinere. Door allerlei afspraken in Nederland waren wij pas in staat om op 4 september naar Bulgarije af te reizen. Enkele dagen daarvoor ontvingen wij foto’s van tienduizenden ooievaars, die op trek zijn en voor de nacht neerstreken in Varna. Hier hadden wij ons op verheugd en wat waren we aanvankelijk teleurgesteld dit gemist te hebben!

 

 

Manastarski rit 01.jpg  Manastarski rit 02.jpg

Overnachting van duizenden ooievaars in Manastarski Rit.

 

Op vrijdag 7 september zijn wij met de auto vertrokken naar Burgas. Dit is 2,5 uren rijden vanaf Varna. Doel zijn de wetlands rond de haven- en industriestad Burgas. Het is mooi helder weer met een temperatuur van 28 graden Celsius. Rond het middaguur komen wij aan bij een vogel-observatiepunt aan het Atanasovskomeer.

Het Atanasovskomeer (1.700 ha)

Het Atanasovskomeer is een ondiep zoutmeer, gelegen ten noordwesten van de stad Burgas. Dit wetland, omringd door rietvelden en zoetwaterkanalen, zijn het hele jaar door een aantrekkingspoll voor vogels van allerlei pluimage. Het meer ligt zowel in de baan van de zogenaamde “Via Pontica” migratieroute, als jammer genoeg in de start- landingsbaan van vliegveld Burgas. In beide gevallen zorgt dit in het voor- en najaar voor de noodzakelijke adrenaline rushes bij zowel vogel- als vliegtuigspotters. Elk jaar passeren hier duizenden pelikanen, ooievaars, schreeuwarenden en wespendieven.

Bij dit observatiepunt staan een aantal vogelspotters waar wij kennis mee maken. Een beroeps ornitholoog, die vogels op trek aan het tellen is. Hij wordt op deze dag bijgestaan door een tweetal vogelspotters uit Noorwegen. Later voegt zich nog  Diana Pavlova bij hen, die de week daarvoor aan het tellen is geweest. De Noren maken ons attent op de diverse aanwezige vogels. Waarnemingen zijn: enkele honderden pelikanen, maar door de grote afstand tot hen kunnen we geen onderscheid maken tussen de kroeskop- en/of roze pelikanen, grote zilverreiger, ooievaars op trek, bijeneters, grauwe klauwier, Isabel tapuit en een schreeuwarend. Natuurlijk is er meer: tientallen soorten die wij nog niet kunnen benoemen (amateurs, natuurlijk). Mijn vrouw vertelde aan Diana Pavlova over haar teleurstelling van de gemiste ooievaars. Diana vertelde dat zij de week daarvoor op een dag 15.000 ooievaars geteld had, zoveel dat zij ervan moest huilen. Jammer genoeg kon ze ook zien dat diverse ooievaars door aankomende vliegtuigen werden geraakt.

Na ongeveer drie uur besluiten wij door te reizen naar het plaatsje Dolno Ezerovo aan het “Vaya- meer”, ook wel “Burgasmeer” genoemd. Wij moeten immers nog een overnachtingsadres vinden.

 

Vayameer (2.760 ha)

Dit is het grootste natuurlijk meer van Bulgarije. Het meer is 9,6 km lang en maximaal 4,5 km breed. Net zoals het Atanasovskomeer ligt dit gebied op de trekroute “Via Pontica”. Verschil met de andere meren is, dat de waterstand varieert van seizoen tot seizoen. Omdat het meer brak is vriest het niet dicht in de winter, waardoor het een belangrijke overwinteringsplek is voor eenden, ganzen en de kroeskoppelikaan. Het hele meer is omzoomd door riet dat het breedst is in het westen. Het gebied is gescheiden van de zee door een brede zandbank waarop de industrie van Burgas is gebouwd. Ook in het westen is een behoorlijk groot petrochemisch industriegebied. In het verleden is het meer ook wel als dumpplaats gebruikt door deze industrie ( volgens lokale bewoners) waardoor vis niet te eten was of smaakte naar olie. Ook wij hebben onze twijfels over de kwaliteit van de grond in de rietvelden.

Rond vier uur vragen wij aan een jonge vrouw, die net uit de apotheek komt, of er in Dolno Ezerovo een hotel aanwezig is. Wij begrijpen, dat we even op straat moeten wachten. Ze rijdt weg en komt na een paar minuten terug met haar vriend in de auto en verzoekt ons haar te volgen. We zijn voorzichtig, maar volgen haar een kilometer en inderdaad we stoppen bij iets wat eruitziet als een pension/hotel. We worden aangekondigd bij de vrouw des huizes en kunnen een appartement reserveren voor twee nachten. Het appartement moet nog schoongemaakt worden en daarom wordt ons verzocht over een half uur terug te komen. Wij gaan wat drinken en eten op het dorpsplein. Wij willen graag nog gaan kijken naar de vogels op het meer, maar waar heen te gaan? Aan de serveerster vragen wij of zij iemand weet die ons die avond nog twee uurtjes zou willen gidsen. Een terrasbezoeker blijkt gelukkig daartoe bereid. Wij spreken af voor een uur later, want eerst de spullen naar het appartement brengen.

Om 18:00 uur stapt de begeleider bij ons in de auto en dirigeert ons twee kilometer verder naar een kleine open plek in het riet aan het meer. Het is nog steeds mooi helder weer bij een laagstaande zon en een temperatuur boven de 25 graden. Links en rechts zit op gammele steigerplanken een aantal mensen te vissen. Om een groter zichtveld te hebben op het open water loop ik niet zonder risico een van de steigerplanken op en raak in vervoering van wat ik te zien krijg. Grote groepen watervogels van allerlei pluimage: duikers, aalscholvers, pelikanen, lepelaars, zwanen, ganzen, eenden, sterns, meeuwen, waterhoenders en koeten. Fantastisch!

Een van de jonge vissers zegt “Hallo, where are you from?” en roept, wijzend met een vinger in de lucht achter ons: “Pelicans”.  Wij kijken om en raken opgewonden wanneer vlakbij een grote groep pelikanen komt aanvliegen, die een rustplaats op het meer innemen. In de volgende dertig minuten komt de ene golf pelikanen na de andere aanvliegen om op het meer te landen. Wat een geweldig gezicht om deze grote vogels (spanwijdte ca. 3 mtr.)zo dichtbij over te zien vliegen.

 

Dalmatische Pelikaan.jpg  Bijeneter.jpg

Dalmatische Pelikaan                                                                      Bijeneter

 

Onze begeleider is druk met zijn mobieltje aan het bellen, dus gaan wij nog even de achterliggende gronden en rietvelden afspeuren. Diverse rietzangers laten zich slechts kortstondig zien waardoor wij ze niet kunnen herkennen. Op elektriciteitsdraden zitten spreeuwen  en natuurlijk vele bijeneters. Het “Prt, Prt, Prt” van de bijeneters is een geluid die je altijd en overal hoort, van ̓̕̕ s morgens vroeg tot  ’s avonds laat. Zwaluwen, eksters, mussen en een overvliegende buizerd/wouw of kiekendief geven ons een voldaan gevoel voor dat moment op deze plek.

Onze begeleider weet nog een kleiner meer. Of we er heen willen? Natuurlijk willen wij dat! Dit  smaakt naar meer. Na twee kilometer zien we ineens op een akker, vlakbij drie zwarte ooievaars opvliegen. Ook hier raken wij weer opgetogen van, zo dichtbij, zo mooi om te zien. Dan weer verder rijden. Helaas blijkt het meertje opgedroogd te zijn. Wij dwalen steeds verder af van de bewoonde wereld en komen op bijna onbegaanbare paden tussen rietvelden terecht. We zien nog wat “klein grut” (zoals Henk Schoonbrood dit noemt) en besluiten in de schemering terug naar Dolno Ezerovo te gaan. We drinken nog wat op het dorpsplein en nemen afscheid van onze begeleider. Tijd om te gaan slapen.

 

zwarte ooievaar.jpg  rode wouw.jpg

zwarte ooievaar                                                                                rode wouw

 

Zaterdag 8 september

Wij ontbijten met in de supermarkt gekochte broodjes en gaan wat drinken op een terras. (Bulgarije heeft een mediterrane cultuur waardoor de terrasjes al vroeg bezet zijn met mensen die ontbijten). De temperatuur is al gauw weer zo’n 28 graden en natuurlijk stralend helder weer.

Rond tien uur rijden we weer naar de open plek van de avond daarvoor. Op het meer is het nog drukker, maar ook onrustiger.  De meeste pelikanen (ca. 6000 stuks) vormden geen groep meer, maar een uitgestrekt lint. Terwijl wij dit aan het bekijken waren hoorden we van achter het riet “vfoem, vfoem, vfoem, vfoem”: het indrukwekkend geluid van opvliegende pelikanen. Het adrenalinegehalte steeg direct weer naar grote hoogte. Zo overweldigend, meteen aan het begin van de dag. Rond de pelikanen vlogen de sterns, meeuwen en ander grut (in verhouding tot de pelikanen). De pelikanen vlogen op en scheerden laag over het water naar de andere kant van het meer, waar wij ze niet konden zien. Ook kwamen er weer terug aangevlogen. Ik heb het over honderden tot duizenden vogels, bijzonder om naar te kijken. Na een uur besluiten we om verder te rijden. Twintig minuten later aan de andere kant van het meer op een heuvelrug moeten wij stoppen omdat die groepen pelikanen op thermiek aan het opstijgen zijn en vertrekken. Met een mooi uitzicht over het meer blijven wij een uur kijken. Geweldig, dat wij dit hier mogen aanschouwen. Tussendoor zien wij de nodige klauwieren, zangvogels, piepers en jagers langskomen. Vervolgens rijden wij het meer rond om hier en daar te stoppen om het meer en omgeving af te speuren.

Vreemd is als je de stad Burgas in rijdt en meteen enkele groepen ooievaars op thermiek vlak boven de huizen ziet vliegen. De tegenstelling tussen het drukke verkeer en de vogels is hier groot.

We rijden in Zuidwestelijke richting om een rondje Mandrenskomeer te maken.

 

Mandrenskomeer (3.884 ha)

Het Mandrenskomeer is het meest zuidelijke gelegen meer van de drie. Het voormalig brakwatermeer, gevoed door verschillende rivieren en de zee, werd in 1963 door een dam van de zee afgesloten. Momenteel is het een zoetwatermeer van 8 km lang en maximum 1,3 km breed. Door de afsluiting verdwenen naast de ondiepe meertjes en de rietvelden tevens de geschikte broedplaatsen voor duizenden riet- en watervogels. Ook de enige broedplek van de roze pelikaan in Bulgarije ging hierdoor verloren.

Zoals hiervoor beschreven is het Mandrenskomeer voor de vogelaars niet zo interessant. Wij hebben dan ook met slechts één tussenstop het meer rondgereden. Tijdens deze tussenstop bezoeken wij “Heulterem” bij Konstantinovo. Dit is een plek waar archeologen bezig zijn met opgravingen van een Oud-Romeinse nederzetting, compleet met badhuis, kerk en winkelstraat.

Niet dat dit rondrijden saai is want de zuidelijke kant is praktisch onbewoond en is gedeeltelijk een natuurreservaat dat bestaat uit eikenbos. De weg is van zo’n slechte kwaliteit, dat het met een kleine auto ondoenlijk is. Gelukkig kan ik mijn oude Citroen XM, hydraulisch oppompen, waardoor de carrosserie hoger komt te liggen. Stapvoets rijd ik dan ook ca. 6 km door het bos. Veel vinken, mezen en kraaiachtigen nemen wij waar. Rond vier uur draaien we de grote weg weer op, richting onze laatste bestemming van de dag: de Poda Lagune.

 

Poda Lagune (100 ha)

De Poda Lagune behoorde vroeger zowel tot het Vaya- als het Mandrenskomeer. Later werd dit het meest oostelijke punt van het Mandrenskomeer. Het gebied heeft een relatief klein oppervlak maar bevat zowel zoet-, zout- als brakwater met elk hun specifieke planten en dieren. De lagune herbergt een gemengde kolonie reigers, lepelaars en zwarte Ibis. In 1989 werd deze plek uitgeroepen tot eerst beschermd gebied, dat beheerd wordt door een NGO. De organisatie die deze lagune beheert is de BSPB ofwel de Bulgarian Society for the Protection of Birds.

Deze Poda Lagune is voor elke vogelaar een aanrader. Je kunt je bij een bezoek beperken tot de uitzichttoren of een wandeling de Lagune in. Wij hebben beide gedaan. Vanaf de uitkijktoren heb je  een goed uitzicht, met de meeste waarnemingen als resultaat. Ook nu geldt, dat wij meer waarnemingen hebben gedaan dan wij kunnen benoemen. Benoembare waarnemingen: dwergaalscholver, aalscholver, roze pelikaan, purperreiger, kleine zilverreiger, ralreiger, tafeleend, toppereend, kuifeend, eider, grote zaagbek, gierzwaluw, huiszwaluw, grote karekiet, steltkluut, waterral, tureluur en diverse meeuwen. Graag hadden wij ook nog de zwarte ibis willen zien, bijna elke dag aanwezig, helaas nu niet. Wel maakt de opzichter ons nog attent op een boven de heuvels vliegende Keizerarend, bijzonder indrukwekkend.

 

Zwarte ibus.jpg  keizerarend.jpg 

zwarte ibus                                                                 keizerarend

 

We rijden terug langs het Vayameer naar Dolno Ezerovo om het adrenalinegehalte van deze dag omlaag te drinken met een heerlijk koel biertje.

 

Zondag 9 september

Ons doel is Natuurpark Strandja, 90 km zuidelijker, tegen de Turkse grens aan. Maar eerst, net als de dag ervoor, de opvliegende pelikanen observeren vanaf dezelfde plek (de heuvelrug). Rond half tien staan we klaar om het schouwspel gade te slaan. Natuurlijk is er geen dag hetzelfde, al verwacht je het wel. Dezelfde onrust op het meer is waarneembaar. Ook nu weer enkele duizenden pelikanen op het meer, evenals veel ander klein spul. De grote groep pelikanen verandert ook nu weer in een uitgestrekt lint. De eerste vluchten naar de andere kant van het meer, maar nu geen wegvliegende groepen op thermiek bij de heuvel, waar wij ons genesteld hebben. Wij wilden tot elf uur daar  blijven. We zien wel de gebruikelijke jagers, klauwieren en piepers maar geen pelikanen. Omdat ons zicht op het meer goed is kan ik ze heen en weer zien zwemmen. Tegen elf uur zijn we het wachten moe en willen vertrekken. Als we ons omdraaien om in de auto te stappen zien wij honderden pelikanen op thermiek uit het zicht verdwijnen. Waarschijnlijk is de wind anders dan de dag ervoor en zijn die rakkers op een andere plek opgestegen dan wij verwacht hadden. Op naar Strandja.

 

Natuurpark Strandja

Natuurpark Strandja heeft in 1995 deze status gekregen met als doel het beschermen van de unieke natuur  in de meest uitgebreide zin van het woord, met inachtneming van de leefbaarheid en tradities van de bewoners. Het park heeft een oppervlakte van 1161 km2 en beslaat het centrale gedeelte van de Strandja bergen en eindigt in de Zwarte Zee tussen de plaatsen Tsarevo en Rezovo. Het heeft globaal een lengte van 50 km oost – west en 25 km noord – zuid. Natuurpark Strandja is het grootste beschermd natuurgebied in Bulgarije en staat bovenaan de lijst van meest beschermde gebieden van Europa. Het park heeft een drietal klimaatzones en heeft een bijzonder rijke Flora uit wel 8 wereldgebieden, waarvan de meeste uit het mid- Europese en sub-Mediterrane. Het eikenbos beslaat 80% van het gebied waarvan 30% meer dan 100 jaar oud is.

In het park leven circa 270 verschillende vogels, waarvan er 134 ook broeden. De “Via Pontica” loopt over het park heen.

Zoals hierboven beschreven loopt de “Via Pontica” over het natuurpark Strandja heen en wordt er veel geschreven over het waarnemen van deze vogeltrek in het park. Uit research van onze kant blijkt dat met name roofvogels een iets westelijker route nemen, nl. via de Oost Rhodopen. Wij plannen een tweedaags bezoek aan dit park, wat wij uiteindelijk verlengen naar drie dagen. Vermeldenswaard is dat wij enkele jaren eerder al de hele kuststreek tot aan Rezevo bezocht hebben. Het verlengen naar drie dagen heeft alles te maken met de bijzondere schoonheid van dit gebied, zijn kleinschaligheid van dorpen en bijzondere gastvrijheid van de bevolking en minder met het aantal vogelwaarnemingen. De hoofdstad is Malko Tarnovo en heeft slechts 3000 inwoners. De weinige dorpen hebben vaak niet meer dan 60 – 80 inwoners. In deze dorpen staan vaak diverse huizen en scholen leeg. Ik heb al eerder aangegeven dat wij nog niet zo goed zijn in het snel determineren van de kleine vogels, zeker niet in een dichtbegroeid bos. Leuker is het in de dorpen, waar je rond de huizen en begraafplaatsen veel kunt waarnemen. Vinken, mezen, kraaien, klauwieren, kwikstaarten, piepers, tapuiten, jagers en zangers zijn allemaal rijkelijk vertegenwoordigd. Op dag 2, bij het verlaten van een restaurant, zien we echter een groep (ca. 100 stuks) Ooievaars laag boven de grond vliegen. Ondanks dat de avondschemering is ingevallen, stijgen zij op thermiek omhoog om achter een heuvelrug te verdwijnen. Drie echt memorabele dagen gehad, maar ons doel is toch de grotere roofvogels te zien. Dus vertrekken we naar de Oost-Rhodopen, een rit van ongeveer 350 km.

 

Oost Rhodopen

Het Rhodopegebergte ligt in het zuidoosten van Europa, waarvan 83% in

het zuiden van Bulgarije ligt en de rest in het noordoosten van Griekenland. Het is

verspreid over 14.737 km², waarvan 12.233 km² in Bulgarije. Het gebergte heeft

een lengte van 220 km, een breedte van 100 tot 120 km en een gemiddelde hoogte

is 785 mtr. Er zijn vijftien natuurreservaten in het gebied. De hoogste berg is

de Goljam Perelik (Grote Perelik), die met een hoogte van 2191 meter de op zes na

hoogste berg van Bulgarije is. Het gebied is vooral bekend van het Karstgebergte,

met diepe rivierkloven, grote grotten en specifieke landschapsvormen, zoals de

Trigradkloof. Het oostelijk Rhodopegebergte heeft ongeveer de helft van de

oppervlakte van het westelijk deel en is stukken lager. De grote stuwmeren van

Kardzali en Studen Kladenets in de rivier de Arda zijn in dit deel van het gebergte

gesitueerd. Dit gebied is rijk aan thermische bronnen. Het oostelijk Rhodopegebergte

is, behalve dat het lager ligt, dichter bevolkt dan het westelijk deel. Belangrijke steden in dit gebied zijn Kardzali, Haskovo en Krumovgrad.

 

 

Woensdag 12 september

 

Ons doel van de dag is de stad Krumovgrad om daar een hotel te zoeken, van waaruit wij de diverse plekken kunnen bezoeken die bekend zijn als observatiepunt van gieren, adelaars en andere roofvogels. Een rit van 350 km moet toch eenvoudig op één dag te doen zijn, nietwaar?

Tijdens onze hele reis is het mooi helder weer met een temperatuur van ca. 28 graden. Mijn vrouw volgt de route op een kaart met schaal 1: 250.000 en ik heb de TomTom met verouderde kaart ingesteld.

Heerlijk zo’n navigatiesysteem op je voorruit, alleen de combinatie van eigenwijs zijn van de bestuurder en nooit willen omkeren bij vergissing, heeft ons toch wel een paar spannende uurtjes bezorgd. Je komt nog eens ergens waar weinig anderen je zijn voorgegaan (Haha).

TomTom had de kortste route berekend over o.a. B-wegen. Nu zijn B-wegen in Bulgarije niet vergelijkbaar met B-wegen in Nederland. De weg stond ook op de kaart, dus een probleem moest dit niet opleveren. Deze B-weg, ca. 30 km lang, voerde door slechts 2 dorpjes en 7 km na het laatste dorpje de provinciale weg weer op. In dit laatste dorpje waar de kaart rechtsaf aangeeft zei TOMTOM links en na 300 mtr rechtsaf. Ik volgde TomTom netjes; elke bocht die eraan kwam gaf hij ook aan. Na 4 km gaat de B-weg over in een C-weg. Niets aan de hand denk ik dan, nog ca. 3 km te gaan tot de provinciale weg; auto oppompen en langzaam verder gaan. Helaas, er komt geen provinciale weg. Nog minsten 10 km gereden over het bospad met kuilen in onbewoond gebied. Licht ongerust werden we wel, maar TomTom gaf ook van deze C-weg nog steeds elke bocht aan dus  moest het wel goed komen. De kortste route was dus een pad over een berg, een route die niet op de kaart staat aangegeven. Twee uur later kwamen we weer geleidelijk in bewoonde wereld. Aan een politieagent gevraagd waar we waren. Op een andere bladzijde van de kaart dan die waar wij steeds naar keken, bleken wij gelukkig een stuk dichter bij ons doel. Verder geen problemen, langs het Sakar gebergte (Topolovgrad) richting Krumovgrad. Wij lagen uiteindelijk toch nog redelijk op schema. Het Sakar gebergte staat bekend als punt in de migratieroute voor de roofvogels. De kaart gaf ook aan dat er links en rechts van onze route een aantal wegen waren met mooie uitzichtpunten. Ook in dit gebied waren wij al 6 jaren eerder geweest en hebben daar bij verrassing onze eerste keizerarenden gezien. Dus we besluiten van de route af te wijken en uit te kijken naar roofvogels. Al snel worden we beloond met een laagvliegende dwergarend. 5km verder zien we een ornitholoog in een veld staan. Wij gaan kennis maken en horen dat hij beroepshalve hier roofvogels op trek aan het tellen is. Erg leerzaam en leuk om met deze man te praten. De lucht blijkt vol roofvogels, waarvan wij de meeste nog niet eens zouden waarnemen als hij ons er niet op attent maakte.

Een mooie keizerarend, vele schreeuwarenden, Balkan sperwer, tapuiten en nog veel meer.

 

schreeuwarend.jpg     tapuit.jpg

schreeuwarend                                                                        tapuit

 

Wij hadden ons portie adrenaline na een uurtje wel gehad en zetten onze reis voort. Drie mooie uren later komen wij in Krumovgrad aan, waar wij al snel in het centrum een appartement met ontbijt kunnen regelen. Na een ommetje door Krumovgrad gaan we in een restaurant eten. Ik blijf het vermeldenswaard vinden hoe goed de restaurants zijn, de mensen vriendelijk en de prijzen ongelooflijk laag. Het is genieten van vroeg tot laat.

 

Donderdag 13 september

 

Ons doel van de dag is Studen Kladenets, de gierenvoederplaats Potocharka en de vallei Dolna Kula.

Rond half elf komen wij aan (na enig zoekwerk) bij de berg met de gierenvoederplaats. Halverwege de berg is een vogelobservatiepunt waar wij stoppen om heen te gaan. Niemand in de omgeving te bekennen, bijzonder rustig. Toch staat, enigszins verwarrend een bordje met vogelobservatiepunt rechtdoor aangegeven. Er moeten dus twee punten zijn. Ik speur verder het pad af de bergen in.

Mijn adrenalinegehalte schiet weer omhoog want in de verte zie ik een groep van vijf zeer grote roofvogels rondcirkelen. Wij springen in de auto en rijden nog twee kilometer verder, totdat wij de geraamten van koeien en andere dieren  zien liggen. De auto rijdt over het kiezelpad verder omhoog tot het niet meer gaat. Wij moeten nog een klim maken en hebben haast om boven te komen. Ineens uit het niets scheert er een bijzonder indrukwekkende vale gier (spanwijdte ca. 2,5 mtr) langs ons heen de berg af, terwijl we nog andere roofvogels boven de top zien vliegen. Opgewonden klimmen wij naar boven. Een uitzicht dat fantastisch is. We kijken bovenop het meer en dam Studen Kladenets, 360 graden schoonheid en niemand in de buurt. Meerdere roofvogels in de lucht die in staat zijn om in heel korte tijd uit het zicht te verdwijnen, grote afstanden op thermiek afleggen zonder hun vleugels te slaan. Dit is waar we voor gekomen zijn. Een uur hebben wij op de top, in de volle zon, gestaan. We besluiten om terug naar de auto te gaan, na eerst nog even in de schaduw van een struik tot rust te komen. In het uur eerder hebben wij het gejank van een puppiehond gehoord en zagen daarbij ook de moederhond op een heuvelrug onder ons wegrennen. We grapten nog dat de puppie voer was voor de adelaars. Terwijl wij in de schaduw zaten hoorden wij ineens vlakbij een dof geblaf, “whuw, whuw, whuw”. We dachten aan een hond maar ik zag boven ons een koppel keizerarenden die ook weer snel over de heuvelrug verdwenen, nog voordat ik ze kon filmen. Voldaan reden wij vervolgens naar Dolna Kula, waar we nog diverse roofvogels op afstand hebben zien vliegen. Natuurlijk hebben we ook kleine vogels gespot waaronder de spotvogel. Weer een opwindende dag achter de rug. Wat zal het eten lekker smaken!

 

Vrijdag 14 september

 

We besluiten deze dag de vogels de vogels te laten. Op onze wegenkaart zien we zoveel “groene wegen” die als mooi staan aangegeven, dat we besluiten een rondrit van ca. 125 km te maken. We gaan van Krumovgrad naar de Griekse grens in het zuiden. Dan weer omhoog via Momchilgrad naar Krumovgrad. Het is marktdag in Krumovgrad met gevolg een drukte van jewelste. Vanuit de dorpen uit de verre omgeving komen mensen zowel spullen kopen als verkopen. Het is een agrarisch gebied (wijn en tabak). Op de markt worden kleding, tapijten, bedden en andere meubels maar ook gereedschap als kettingzagen, maaimachines en spuitgereedschap verkocht. Een paar honderd kramen groot, gezellig om langs te wandelen en andere culturen te zien. Hier leven Turken(Islamieten), Bulgaren(Orthodox) en Zigeuners(Christelijk) in harmonie samen.

Was deze dag er ook een om ons adrenalinegehalte omlaag te brengen dan moet ik zeggen dat dat niet gelukt is. Waar na Krumovgrad de mooie vergezichten kwamen en je denkt, “oke, dat is mooi hier, maar we reizen verder”, kwam er geen einde aan onze verwondering. Deze door ons uitgestippelde route is gewoon geweldig, bijna de hele rit heb je afwisselende, rondom mooie vergezichten. Na elke bocht een nieuw vergezicht, mooie natuur en schilderachtige dorpjes waar je vanaf boven, op neer kijkt. De laatste tabaksbladeren worden geplukt en te drogen gehangen. Het vee loopt los over straat, ja ook over provinciale wegen. Koeien, schapen, varkens, kalkoenen en allemaal weten ze uit zichzelf aan het einde van de dag de stal weer te vinden, want een hoeder is er vaak niet bij. Het gebied is een nog onontdekte parel die ligt te wachten om gevonden te worden. Wanneer wij ‘s middags wat willen eten gaan we op een terras tussen de wegwerkers zitten. Het is rushhour voor de eigenaar van het terras. Hij moet voor vijftien mannen kebabs grillen en ze van brood en drank voorzien. Wij hebben alle tijd en geven dat in het Engels aan, waarna hij in het Nederlands antwoordt, dat we even geduld moeten hebben. Dan val je bijna achterover, omdat dit ons ook al in Strandja is overkomen. Als je daarna voor vier hamburgers met brood, een koffie en water nog geen 2 euro moet afrekenen, ga je je toch afvragen of je niet in het paradijs bent terechtgekomen. Als we de weg vanaf de Griekse grens terug vervolgen neem ik dichtbij een monniksgier waar. We zijn nog nooit zo snel met de verrekijkers op een heuvelrug geweest om deze gier te observeren. Wat laat hij zich mooi zien, maar ook nu weer in korte tijd te ver weg om te blijven volgen.

Het wordt tijd om terug naar Krumovgrad te gaan en te eten met een heerlijke fles Chardonnay erbij,  net als de avonden ervoor.

 

Zaterdag 15 september

 

We hadden al vele malen gelezen dat de “Egyptian Vulture” in de Oost Rhodope te zien is, maar wij nog niet! Ja, je wordt inhalig als je al zoveel gezien hebt maar die ene nog niet. Wij besloten nog een keer naar Studen Kladenets en omgeving te gaan en naar Madzharovo een uur verder rijden,  twee uren vanaf Krumovgrad. Studen Kladenets gaf geen nieuwe geheimen prijs maar blijft natuurlijk wel een fantastisch gebied met zijn rivier en hoog daarboven de rotspartijen. Het is toch al wat later op de dag en we aarzelen naar Madzharovo te gaan. We nemen gelukkig de juiste beslissing om verder te gaan. Als we daar in een fantastische omgeving (een bocht in de Arda rivier, tussen de bergen) aankomen zien we het “Vulture centrum” liggen waarover we al het nodige gelezen hebben. Bij dit centrum proberen wij informatie te krijgen over de gieren. Niemand van de organisatie is aanwezig. Op het terras zit een Bulgaar en een student. Met de Bulgaar raken wij aan de praat en hij laat ons ook nog even een tentoonstelling in het gebouw zien. Bij het verlaten zien wij dat deze Bulgaar een shirt aan heeft met Nederlandse tekst. Ik vraag hem of hij ook Nederlands spreekt? Nee, zegt de student, dat doet hij niet, maar ik wel. Deze student van universiteit Wageningen zit hier aan zijn afstudeerproject te werken. “Het effect op de veertig wolvenpopulaties bij het loslaten van grote grazers in de bossen”, zoals wij hier in Nederland al tijden doen. Terwijl wij een tijd met hem praten komen er meer mensen aan. Een van hen heeft de gieren gevoerd, jawel de Egyptian Vulture. Hij wil ze ons wel laten zien. We gaan met telescoop en kijkers naar de grote brug over de Arda rivier.

De volgende dertig minuten krijgen wij een show te zien van roofvogels, meer in het bijzonder van een viertal Egyptische gieren. Er wordt ons verteld dat er in deze plaats dit jaar 18 nesten bevolkt zijn geweest door roofvogels, waaronder de Egyptische gieren. De laatste nestvogels zijn hier bij de brug hun vliegvaardigheden met elkaar aan het oefenen; wij raken weer eens in vervoering. Deze jongeman, die ze eerder gevoerd heeft, raakt niet uitgepraat over de vogels, die van hem zelfs namen hebben gekregen. Wij vragen natuurlijk honderd uit en vertellen hem dat wij het geweldig vinden. Dit vindt hij weer op zijn beurt geweldig, want hij zegt dat veel mensen, aan wie hij de vogels laat zien, reageren na een vluchtig bezoek, met: “leuk, kom we gaan weer”.

Wij hadden weer een dag met een bijzonder hoogtepunt. Nu snel twee uurtjes terug rijden en uit eten, met natuurlijk een fles wijn.

 

monniksgier.jpg  Egyptische gier.jpg

monniksgier                                                                                  Egyptische gier

 

 

Zondag 16 september

 

Wij sluiten deze vogelreis voor dit jaar af en reizen terug naar Varna (450 km). De aanvankelijke teleurstelling op 4 september is omgeslagen in: “Wat geweldig dat we dit konden meemaken”. 

 

 

 

Wandelen

Vanuit het appartement zijn diverse wandelingen mogelijk zowel in grootte als gevarieerdheid. Wij kunnen u informeren over de mogelijkheden. Laat het ons weten!

Is wandelen uw passie! Dan bent u niet alleen bij ons welkom maar is een bezoek aan de website van De Wandelkrant zeker de moeite waard. www.wandelkrant.be

 

 

Voor al uw vragen kunt contact opnemen middels het invullen van het contactformulier op deze website.